Veel kinderen hebben een periode dat ze niet goed slapen. Meestal gaat dat vanzelf weer over. Slaapt je kind slecht? Dan kun je daar veel last van hebben. Het heeft invloed op jullie gezin en zorgt vaak voor stress. Als ouder kun je een aantal dingen doen om je kind beter te laten slapen.
Welke slaapproblemen zijn er en wat kun je eraan doen?
Je kind wil niet naar bed:
- Doe alle dingen in een vaste volgorde voordat je kind gaat slapen.
- Laat de slaapkamerdeur op een kier of laat een lampje aan. Dan vindt je kind het minder eng om alleen te zijn.
- Word niet boos als je kind niet naar bed wil.
- Grotere kinderen vinden het gezellig om even met jou alleen te zijn als hun jongere broertje of zusje al naar bed is. Geef je oudste kind tien minuten extra aandacht. En zeg dan rustig dat hij echt naar bed moet.
Je kind slaapt niet in:
- Probeer de reden te ontdekken waarom je kind niet inslaapt. En praat daar met hem over. Of zorg voor een goede oplossing.
- Kan je kind echt niet inslapen? Ga dan niet bij hem zitten of liggen.
- Komt je kind uit zijn bed? Breng hem dan meteen weer terug. Ook ‘avondkinderen’ (kinderen die ’s avonds actiever zijn) moeten in bed liggen om uit te rusten.
Je kind slaapt niet door:
- Het is heel normaal als je kind wakker wordt omdat hij moet plassen, dorst heeft of droomt. Leg hem daarna weer lekker in bed. Meestal slaapt hij weer gewoon verder.
- Soms ligt je kind na te denken over een heleboel dingen. Praat daar met hem over. En probeer te ontdekken of je kind zich verdrietig voelt. Of bang.
- Wen je kind niet aan om bij jou in bed verder te slapen.
Je kind heeft nachtmerries of nachtangsten:
- Na een nachtmerrie is je kind meestal wakker en kan hij zich herinneren waar die enge droom over ging.
- Bij nachtangsten zit je kind rechtop met opengesperde ogen en gilt van angst. Je kunt hem niet wakker krijgen.
- Tegen hem praten heeft geen zin. De volgende morgen herinnert hij zich niets meer van een akelige droom.
- Heeft je kind nachtangsten? Houd hem dan vast totdat hij weer rustig is. Dan gaat hij weer verder slapen.
- Maak je kind niet wakker. Daarvan raakt hij in de war.
- Nachtangsten zijn niet erg. Ze komen voor bij kinderen van 4 tot 7 jaar. Ze komen meestal rond hetzelfde tijdstip terug: een half uur tot drie uur na het inslapen.
Je kind slaapwandelt:
- Maak je kind niet wakker. Anders raakt hij in de war.
- Zorg dat je kind zich niet bezeert. En dat hij geen gevaarlijke dingen kan doen. Doe dus bijvoorbeeld het traphekje dicht, de voordeur op slot en het slaapkamerraam dicht.
Slaapwandelen is een normaal verschijnsel. Het gebeurt meestal in de eerste uren van de (diepe) slaap. Ook hierbij is je kind niet echt wakker.
Maak een slaapdagboek
Een goede manier om te ontdekken waarom je kind slecht slaapt, is het maken van een ‘slaapdagboek’. In dat boekje schrijf je op:
- hoe laat je je kind naar bed hebt gebracht.
- hoe laat hij in slaap is gevallen.
- hoe laat en hoe vaak hij ’s nachts wakker is geworden.
- of hij wel of niet verder is gaan slapen.
- wat je toen gedaan hebt.
- of er die dag iets bijzonders gebeurd is.
Zo ontdek je misschien wat er aan de hand is en dan kun je er iets aan doen.