De eerste 7 tot 10 dagen na de bevalling ben je ‘kraamvrouw’. De arts of verloskundige komt in deze periode 3 tot 5 keer bij je langs:
- om jou en je partner te begeleiden en te helpen.
- om te controleren hoe het met jou en je kindje gaat.
- om eventuele problemen op te lossen. Ook de kraamverzorgende is daarvoor belangrijk. Als zij iets ontdekt, dan bespreekt ze dat met de arts of verloskundige.
Ook komt er 10 tot 14 dagen na de bevalling een jeugdverpleegkundige langs van het Consultatiebureau. Zo kan ook zij kennis maken met jou en je gezin.
Je kraamtijd is een tijd vol nieuwe ervaringen. Je leert je baby kennen, je herstelt van de bevalling en je krijgt veel bezoek. De eerste week na de bevalling komt de kraamverzorgende voor jou en je baby zorgen. Zij leert je ook hoe je de baby verzorgt.
Leer je kindje kennen. Doe dat met kijken, luisteren, voelen en ruiken. Houd je kindje lekker dicht bij je. Neem de tijd voor elkaar en praat met hem. Je baby herkent jouw stem, die van je partner en van zijn broertje(s) of zusje(s), als hij die heeft.
Het duurt doorgaans ongeveer 6 weken totdat je lichaam weer hersteld is, dit noem je ook wel ontzwangeren. Het is belangrijk dat je in deze periode rustig aan doet.
Je baby moet aangegeven worden bij het gemeentehuis
Binnen 3 werkdagen na de geboortedag moet iemand naar de gemeente. Om je kind ‘aan te geven’. Dat houdt in dat je de gemeente laat weten dat je kind geboren is. En je vertelt wat zijn naam is.
- Is je baby geboren op maandag? Dan geef je je kind uiterlijk donderdag aan.
- Is je baby geboren op woensdag of donderdag? Dan is maandag de laatste dag waarop je je kind kunt aangeven.
- Feestdagen tellen niet mee. Zoals eerste of tweede kerstdag, tweede paasdag of tweede pinksterdag.
Je hoeft niet zelf aangifte te doen. Wie mag de geboorte van het kind aangeven?
- De vader of moeder van het kind.
- Iedereen die bij de geboorte aanwezig was.